De lange geschiedenis van Turkije kenmerkt zich al vanaf de vroegste periode door een opeenvolging van beschaving en godsdiensten. In enkele grotten bij Antalya trof men vlak na de Tweede Wereldoorlog de oudste sporen van bewoning in Turkije aan. Er werden 100.000 jaar oude werktuigen gevonden. Rond 7.000 voor Chr. ontstond bij Konya een nederzetting die uitgroeide tot de eerste stad ter wereld die een irrigatiesysteem gebruikte en vee hield: Catalhöyük genaamd.
In de steen-en bronstijd (5.000 – 3000 voor Chr.) vestigden Hittieten zich in Anatolië en vormden daar de eerste grote beschaving. Zij legden hun taal vast in het spijkerschrift voor het nageslacht. Hun metalen voorwerpen en hun elegante keramiek waren van een bijzonder hoog artistiek niveau.
Rond 700 voor Chr. stichtten verschillende stammen een rijk in klein-Azië: de Lydiërs, de Lykiërs en de Cariërs. Deze beschavingen waren sterk verwant met de Griekse.
Halverwege de zesde eeuw voor Chr. vervorderden de Perzen heel Klein-Azië. Met de komst van Alexander de Grote in 334 voor Chr. kwam er een einde aan de Perzische overheersing. Alexander wist in korte tijd door te stoten naar India, maar toen hij in 323 voor Chr. stierf, viel zijn rijk uiteen. Alexander de Grote luidde het begin van de Hellenistische periode in: een in cultureel opzicht zeer belangrijke tijd, waarin vermenging plaats vond van Westerse en Oosterse culturen. Er heerste grote bouwactiviteit, waar latere culturen op voortborduurden. Rond 300 voor Chr. ontwikkelde Pergamon (Bergama) zich tot het belangrijkste centrum, zowel op politiek als cultureel gebied.
Toen in 133 voor Chr. de laatste koning van Pergamon stierf, erfden de Romeinen Anatolië. Het werd een Romeinse provincie met als hoofdstad Ephesos. Met de komst van de Romeinen brak een rustige en welvarende periode aan. Veel ruïnes van grote en rijkelijk versierde gebouwen getuigen van de grote welvaart. In de eerste eeuw na Chr. kwam het Christendom op, waarbij de bekeerders dankbaar gebruik maakten van de Romeinse infrastructuur. De verbreiding van het geloof betekende de ondermijning van de Romeinse hegemonie. Halverwege de vierde eeuw werd het rijk in een westelijk en een oostelijk deel veardeeld met Rome en Byzantium (Istanbul) als hoofdsteden. Langzaam verloren de Byzantijnen de macht over hun Oost- Romeinse rijk door aanvallen van Hunnen, Gothen en Vandalen. Geldgebrek, ruzies over religieuze kwesties en een slechte organisatie verzwakten het Rijk.
De nomadische Seltsjoeken verenigden zich en veroverden Anatolië. De kruistochten brachten de kruisvaarders naar Klein- Azië. Begin dertiende eeuw werd de hoofdstad Constantinopel (Istanbul) door hen ingenomen. In 1453 viel definitief het doek voor het Byzantijnse rijk.
Het Osmaanse Rijk dat zich hierna ontwikkelde breidde het grondgebied sterk uit. Het werd het machtigste rijk in de westerse wereld en reikte van Tunesië tot Wenen, van Spanje tot Irak. De bouwwerken uit deze tijd weerspiegelde de grote rijkdom. Een goed regeersysteem zorgde ervoor dat het rijk een eenheid bleef. Toen Suleyman de Tweede overleed, betekende dit het keerpunt van het Osmaanse Rijk: door corruptie en minder getalenteerde leiders brokkelde de macht van het Osmaanse Rijk langzaam af.
In 1827 maakte Griekenland zich los van het Osmaanse Rijk. In 1853 brak de Krimoorlog met Rusland uit, waarbij ondanks steun van Frankrijk en Engeland, de Osmanen als verliezers uit de strijd kwamen. In diezelfde eeuw verloor Turkije ook de Balkan. De situatie verslechterde verder toen de Turkse regering in de Tweede Wereldoorlog de kant van de Duitsers koos. Een in puin geschoten land, verslagen legers en een bezette hoofdstad waren het gevolg. Tot overmaat van ramp werd het Osmaanse Rijk in 1919 door de Grieken aangevallen (met toestemmıng van de Franse, Britse en Amerikaanse bezettingsmacht) die het Byzantijnse Rijk wilden herstellen. Turkije tekende een verdrag, waarin was vastgesteld dat de Osmanen al hun grondgebied (buiten het huidige Turkije) zouden kwijtraken.
Deze teleurstelling leidde tot sterke nationalistische gevoelens. Het verzet tegen de bezetters werd geleid door General Mustafa Kemal Pasa, later bekend als Ataturk (een erenaam: vader der Turken). In 1922 werden de Grieken verslagen.
In 1923 werden tijdens de vredesconferentie van Lausanne de nieuwe grenzen vastgesteld. Op 29 oktober 1923 werd de Turkse Republiek uitgeroepen, met Ataturk als president. Meteen werden vele hervormingen doorgevoerd die land en volk nauwer contact met de westerse wereld brachten. Vooral het loskoppelen van staat en godsdienst was een belangrijke hervorming. De Islam was niet langer staatsgodsdienst, de tulband en de sluier verdwenen, evenals het trouwen met meer dan één vrouw. Daarnaast werd het Arabische door het Latijnse alfabet vervangen. Kemal Ataturk stierf in 1938 op 57-jarige leeftijd.